De geschiedenis van de "Castingclub 's-Gravenhage"
De castingsport is ontstaan uit het sportvissen. Deelnemers gebruiken vaak dezelfde uitrusting bij het casten als bij het vissen. Het ontstaan van het casten kunnen we terugvoeren naar Engeland en de Verenigde Staten in de 2e helft van de 19e eeuw. Het eerste type toernooi, zoals we het nu kennen werd georganiseerd in de buitenwijken van London in 1881. De sport verspreidde zich redelijk snel over de wereld, in vele landen met vele locale variaties in de sport. Het was pas in 1955 dat 14 nationale casting associations samen kwamen om de International Casting Federation op te richten (nu de ICSF). De eerste ICF wereld casting Kampioenschappen werden twee jaar later in Duitsland gehouden.
In Nederland bleef niet alleen deze tak van sport, maar ook het gebruik van de werphengel nog lang onbekend. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwamen de werphengel en de vliegenhengel naar ons land overgewaaid. Het duurde dan ook niet lang of de eerste werphengels van glasfiber lagen hier en daar in de etalages van de meer gerenommeerde hengelsportzaken. Met de komst van kunststoffen zoals glasfiber, plastic, nylondraad, en veel later grafiet en kevlar werd een nieuw tijdperk in de sportvisserij ingeluid.

Klaas Wories 1905-1997 Jan Schreiner 1918-2007
In 1947 verscheen in het hengelsportblad “De
Hengelsportwereld” een artikel over de werphengel van J.J. Diegenbach. In dit
artikel werd o.a. gesteld dat de Amerikanen uitsluitend visten met baitcasters,
dat zijn werphengels met een reel die een draaiende spoel hebben i.p.v. een
vaste spoel op de werpmolen zoals wij die nu kennen. Uit die tak van visserij is
een nieuwe sport ontstaan die de Amerikanen “Skish” of “casting” noemden. Het
doel was het verbeteren van de werptechniek in precisie en in afstanden. Het
voordeel van deze tak van sport is dat het hele jaar door kan worden geworpen,
zowel buiten aan het water, op een oefenveld of in een sportzaal.
Men werpt op ringen en schijven die elk op verschillende afstanden van vaste
werpplaatsen liggen. Dit alles volgens een vastgesteld spelregelsysteem. Zo
doende kan men een aantal punten vergaren om zo een winnaar aan te kunnen wijzen.
Dit artikel sloeg goed aan bij enkele
sportvissers van toen zoals Klaas Wories en Jan Schreiner. Zij visten toen al
met zelfgemaakte werphengels van bamboe met een Tomson molen of een reel met
stugge zijde lijnen, want een nylon vislijn bestond toen nog niet.
Het nylon, ook wel monofilament genaamd, veroverde snel de markt en de
werphengel kwam daardoor steeds meer in de belangstelling te staan.
Bij de sportvissers ontstond toen de behoefte om het werpen in club- en
competitie verband te gaan beoefenen. Zo kwam het dat op 29 februari 1948 te
Voorschoten een eerste bijeenkomst werd gehouden. Men stelde toen dat het vissen
met een werphengel als sport op een hoger plan moest komen. Er moest een
vereniging komen die vaste richtlijnen moest opstellen.
In ons land is het vooral de
hengelsportpublicist en sportvisser Jan Schreiner geweest die veel heeft
ondernomen op dit gebied. Hij heeft veel over deze vorm van sportvisserij
geschreven om het in Nederland populair te maken en het klasse te geven. Er was
ook wel kritiek op zijn artikelen in de bladen, want in ons land paste deze vorm
van vissen nog niet in het beeld van de vaste stok hengelaar. Men vond toen de
werphengel een onsportief attribuut dat ons viswater zou leeghalen.
Langzamerhand kwam de werphengel er toch in en door een juiste voorlichting kwam
er in de jaren vijftig verandering in deze situatie en werd de werphengel meer
en meer als een waardig visinstrument geaccepteerd.
Het ontstaan van castingclubs
De oprichting van een castingclub in Nederland kwam dichterbij door een enquête die in augustus 1948 was verschenen in “De Hengelsportwereld”. Deze enquête had als doel de animo te peilen of er in ons land behoefte was aan een dergelijke club. Dit bleek zo te zijn en op 15 september 1948 werd in Den Haag de “Nederlandse Casting Club” (NCC) opgericht. Zeben als voorzitter en Jan Schreiner werd vice-voorzitter.

4e van rechts Cees Kuylman, 5e Klaas Wories, 3e van links met bril Gerry van Doorn.
De NCC stelde zich ten doel om de
werphengelsport populair te maken, de internationale achterstand in te halen,
het geven van goede voorlichting, demonstraties en het organiseren van
oefenwedstrijden. Men moest de castingclub vooral niet zien als een
visvereniging met een eigen viswater. Daarom werden de casters al gauw
“hengelaars op het droge” genoemd.
De NCC had al na één jaar 102 leden, de meeste kwamen uit Den Haag. Omstreeks
1955 sloot de NCC zich aan bij de International Casting Federation (ICF).
De casting in Nederland kwam nu goed op gang. Al snel behoorden enkele
Nederlandse casters tot de Europese top.
In 1951 besloot Rotterdam een eigen afdeling op te richten, wat later Casting
Club “Maas” zou gaan heten. Leeuwarden volgde al gauw met een afdeling en heette
toen “Noord Nederlandse Casting Club”.
Het ontstaan van de Castingclub ’s-Gravenhage
In 1952 organiseerden Klaas Wories en Cees Kuijlman in Den Haag, aan de Haringkade bij het Westbroekpark, een castingdemonstratie voor de 's-Gravenhaagse Hengelaars Bond”. De samenstelling van het bestuur van de NCC was Cees Kuijlman voorzitter, J.A. van Hurck secretaris, T. Buijs penningmeester en met Raaphorst, Wories en Vrisekoop als commissarissen.
Dit leidde nog hetzelfde jaar tot de oprichting van een afdeling van de NCC in Den Haag. Raaphorst werd voorzitter, Wories commissaris.
De actieve secretaris Rijschouwer had ook snel een locatie gevonden voor de oefening in het precisie werpen: een gymzaal van een school in de Vissershavenstraat.

Leden van de Casting Club ’s-Gravenhage. 3e van links Klaas Wories, 4e, Bos, 5e, Gerry van Doorn, 6e. Schultz.

Leden van het bestuur van de Nederlandse Casting Club . 1e van links; J.Vrisekoop, 2e Cees Kuylman, 3e J.van Hurck, 4e Klaas Wories.
Later dat jaar is uit de afdeling ’s-Gravenhage van de NCC de Casting Club ’s-Gravenhage ontstaan. Deze werd opgericht door K.Wories, G.J. van Doorn, W.Fruijthof en Kerkhoven.
Spoedig kreeg de Casting Club ’s-Gravenhage toestemming van de Gemeente 's-Gravenhage om gebruik te maken van de vijver en platform in het Westbroekpark. Later is de club verhuisd naar de huidige locatie in de Madepolder.

De vijver en vlonder in het Westbroekpark.
.
In 1954 schreef de NCC een internationale castingwedstrijd uit waaraan Duitsers, Nederlanders, Belgen, Zwitsers en Fransen deelnamen. Er verschenen toen 50 casters. Het toernooi werd door de NCC georganiseerd en door de Casting Club ’s-Gravenhage uitgevoerd. De families van de bestuursleden verzorgde een gratis lunch en de vrouw van G.J. van Doorn, Rieny borduurde de batches voor de NCC deelnemers.

Op 29 oktober 1954 werd de Casting Club 's-Gravenhage officieel aangemeld en ingeschreven bij de kamer van Koophandel zijnde een vereniging van werphengelaars. Het contact met de Nederlandse Casting Federatie hield na dit toernooi op en deze federatie is vermoedelijk opgehouden met bestaan door gebrek aan belangstelling en door de voor die tijd dure trips die gemaakt moesten worden om aan wedstrijden deel te nemen.
Toch was het casten in het begin nog steeds erg populair onder de leden van de CCG en Klaas Pigge is zelfs een keer 4e op een WK geweest. Klaas Pigge is iemand die vele leden het casten met de vliegenhengel heeft bij gebracht. Ook Aat Arpeau was lange tijd een voorbeeld voor velen en was een specialist in het binden van vliegen. Beide hebben in 1999 van de gemeente Den Haag de stadsspeld gekregen voor hun vrijwilligerswerk en verdiensten voor de club. Ook zijn vele nu bekende vliegvissers lid geweest van onze club, waaronder Wim Alphenaar en Bas Verschoor.
Tientallen jaren later is onze vereniging de Casting Club ’s-Gravenhage meer op een club van vliegvissers gaan lijken. Onderdelen van het casten word nog wel een paar keer per jaar met veel enthousiasme in een recreatieve wedstrijd beoefend.